HISTORIEK:
BEDRIJF EN FAMILIE
GEBOUW
WINKEL:
WINKELBEDIENDEN
INVENTARIS
BAKKERIJ:
BAKKERS
INVENTARIS VAN BRODEN
PATISSERIE:
PATISSIERS
INVENTARIS VAN PATISSERIE
homepage
©
ACTUEEL
BEDRIJF EN FAMILIE
Het bakken zit de familie Bloch in het bloed. De naam Bloch ruikt naar brood en koeken. De overgrootvaders van Jacques Bloch waren bakkers in Duitsland, meer bepaald in de Elzas. Maar zij belandden in België.
In de Veldstraat arriveerde de eerste Bloch in 1898. Dat jaar kwam Benjamin Bloch vanuit Brussel in Gent om zijn eigen filiaal te stichten, dat op 30 april 1899 de deuren opende. Familieleden hadden toen al in Brussel, Antwerpen, Luik en Oostende bakkerijen geopend.
In 1905 breidde grootmoeder Sophie Loeb de zaak uit met een tearoom. Zij moest dat idee doordrukken, maar ze had gelijk want ook de tearoom maakte de zaak tot de sluiting uniek. Benjamin bleef aan het roer staan tot zijn dood in 1922. Dan nam zijn zoon Rodolphe de zaak over.
De Boulangerie Viennoise kwam met een nieuw aanbod van brood en koeken in Gent. Viennoise had niets te maken met Wenen, maar duidde gewoon op een bepaald soort gebak.
Na de Eerste Wereldoorlog veranderde het uithangbord in Patisserie Alsacienne, verwijzend naar de herkomst van de Blochs. Jacques' grootvader was destijds uit de Elzas gevlucht omdat hij geen soldaat in het Duitse leger wilde worden.
Met de Tweede Wereldoorlog op komst vonden Rodolphe en Alice Bloch, de ouders van Jacques en zijn zus Nicole, het hier te warm worden en ze vluchtten met hun kinderen naar New York. Grootmoeder Loeb wilde aanvankelijk mee, maar besloot toch in de winkel in Gent te blijven. Ze had de Duitsers in de eerste wereldoorlog meegemaakt, ze zou het ook dit keer wel overleven. Maar het liep helemaal anders. Op 28 januari 1943 pakten de Duitsers de 70-jarige vrouw op, voerden haar eerst naar de Dossinkazerne in Mechelen en zetten haar later op een trein naar Auschwitz, waarvan ze niet terugkeerde. Jacques' tante en oom waren eerder al afgevoerd naar Auschwitz. Een neef belandde in het concentratiekamp van Buchenwald, maar overleefde het.
In november 1945 keerden de Blochs terug uit New York. Jacques was toen 17. De bakkerij was ondertussen verkocht aan een 'zwarte', een collaborateur. Het was buurman Jean Daskalides die kon verhinderen dat de mensen na de bevrijding uit wraak het huis in brand hebben gestoken.
Na de oorlog zou de zaak nog groeien en tot grote bloei komen. In 1956 kocht Rodolphe Bloch het hoekhuis aan. Rodolphe overleed in 1958. Van dan af nam Jacques, met zijn vrouw Christiane en zus Nicole, de touwtjes in handen. In 1975 kwam er onder zijn impuls een laatste stuk bij langs de kant van de Hoornstraat. In 1979 stapte zijn zoon François, een van zijn vier zonen, in de zaak. Was Jacques altijd de ster van de zaak, langzaam vormden François en zijn vrouw Linda mee het gezicht van de zaak, die tot ver over de grenzen van Gent een bijna mythische status kreeg.

Karel Van Keymeulen
Het Métier